• Vrouwelijke artsen en arts-patiënt-communicatie   communicatie1

    Vrouwen communiceren anders dan mannen. Hoe beïnvloedt dat het contact tussen arts en patiënt? Welke patronen zijn te identificeren, en welke uitwerkingen heeft dat op de (kwaliteit van) zorg? We geven hier enkele onderzoeksresultaten weer die verschillen in  communicatie uitwijzen en laten zien welke invloed ze hebben op de manier waarop zorg verleend wordt.

    Bij huisartsenpraktijken gaat in het kader van de medische taakdelegatie een groot deel van het arts-patiënt-contact naar praktijkondersteuners. Dat zijn meestal vrouwen. Het NIVEL heeft bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar patiënten met de diagnose diabetes type II. Een aantal interessante uitkomsten:

    • Praktijkondersteuners geven meer informatie aan vrouwelijke patiënten.
    • Maar ze geven meer ‘management tips’ (hoe om te gaan met de ziekte) aan mannelijke patiënten.

    Verder blijkt uit het onderzoek dat vrouwelijke patiënten uiteindelijk gemotiveerder zijn hun gedrag te veranderen. De crux zit hem in het ‘hoe’ van de informatieoverdracht. Er zit geen verschil in het handelen volgens richtlijnen of in de volgorde waarin bijvoorbeeld leefstijlfactoren (zoals roken e.d.) besproken worden. Wel zijn er verschillen in de manier waarop het contact tussen praktijkondersteuner en mannelijke/vrouwelijke patiënten wordt vorm gegeven, en dat terwijl er een tamelijk strak protocol is voor motiverende gespreksvoering. Een mogelijke verklaring is dat vrouwen meer de taal van vrouwen spreken en ze daarmee een duurzamer resultaat op langere termijn bereiken, namelijk een gezondere leefstijl.

    Een ander onderzoek, eveneens uitgevoerd door NIVEL zoemt in op het lichamelijk onderzoek door vrouwelijke en mannelijke gynaecologen. De uitkomsten:

    • vrouwelijke gynaecologen doen langer over het lichamelijk onderzoek dan mannelijke
    • vrouwelijke gynaecologen vertellen meer terwijl ze bezig zijn met het onderzoek
    • mannelijke gynaecologen proberen het onderzoek zo snel mogelijk af te ronden en bespreken aansluitend – aan tafel – hun bevindingen met de patiënte

    Er kan dus gesteld worden dat het geslacht van de medisch specialist doorwerkt in de communicatie met de patiënt, en dat zal uiteindelijk haar neerslag vinden in (de beleving van de) kwaliteit van zorg.

    Een andere opvallende uitkomst van het onderzoek is: naar mate artsen langer in opleiding zijn geweest, zijn ze geneigd “masculiener” te communiceren (‘instrumenteler’, gericht op medische thema’s). Dit geldt ook voor vrouwelijke artsen in opleiding en is volgens Sandra van Dulmen, onderzoeker bij NIVEL, te verklaren vanuit ‘het systeem’: de opleiding wordt o.a. door gebrek aan vrouwelijke opleiders en onvoldoende rolmodellen nog gedomineerd door mannen. We hebben het dus te maken met twee niveaus: een ‘masculien’ model en systeem (op organisatieniveau) en de masculiene ‘meester’ (in een meester-gezel-relatie, op individueel niveau). Dat pleit voor extra vrouwelijke ‘meesters’ (rolmodellen) tijdens de opleiding en ook voor een bewustzijnsslag op het gebied van ‘leren van’.

    communicatie