• appel-sinasappel

    Vader en zoon zijn een avondje wezen sporten. Op de terugweg overkomt ze een ongeluk . De vader raakt buiten kennis, maar is niet ernstig gewond. De toestand van de zoon is dusdanig dat hij met spoed geopereerd moet worden. In het ziekenhuis zegt de dienstdoende chirurg: Ik opereer die jongen niet, want het is mijn zoon!
    Een verklaring graag!

    Dit raadsel is op internet op meerdere plekken te vinden. Op een inmiddels opgeheven site constateert een columniste: “Mensen die dit raadsel voor het eerst horen, verzinnen de meest bizarre familierelaties om de uitspraak van de chirurg te kunnen verklaren. Had de jongen een adoptie- en een biologische vader? Een stiefvader? Of gewoon een homostel als ouders? Het zou allemaal kunnen maar er is een veel waarschijnlijker verklaring: de chirurg is zijn moeder […] Zelfs in een gezelschap van vrouwelijke artsen werd het raadsel niet opgelost!”

    diversiteit op de werkvloer

    Verkrijgbaar in onze Diversity Shop

     Dit heeft allemaal te maken met beeldvorming. Het boek Diversiteit op de werkvloer noemt een ander voorbeeld en licht vervolgens toe wat beeldvorming is en hoe het doorwerkt in organisaties: ‘Nadat vele jaren lang Margaret Thatcher als premier van Groot-Brittannië op de televisie was verschenen, kwam op een dag John Major in die functie op de beeldbuis. Een jongetje van acht dat nog geen andere premier dan Margaret Thatcher had gekend, reageerde stomverbaasd en wendde zich tot zijn ouders met de woorden: ‘Hé, kunnen mannen ook premier worden?’

    Beelden over andere mensen: we hebben ze allemaal. Het voorbeeld laat zien hoe beelden ongemerkt ook verbonden raken met typen mensen. Wie in zijn leven alleen een vrouwelijke premier heeft meegemaakt, kan onbewust hebben aangenomen dat dit beroep alleen voor vrouwen is weggelegd.
    Het is niet goed of slecht om beelden te hebben. Beelden kunnen helpen te overleven en op de werkvloer efficiënt het werk te doen. Dankzij beelden schatten we in hoe een klant het liefst behandeld wil worden of wat zijn of haar potentiële budget is. Daar is niets mee mis. Het wordt pas een probleem als we niet zo goed zijn in dat inschatten en op grond daarvan fouten maakt. Dus doen we er goed aan om te onderkennen dat we beelden hebben en te onderzoeken of ze in ons voordeel of nadeel werken.
    Dat is niet altijd makkelijk. Het komt voor dat mensen een oordeel hebben over hun eigen beelden. Dan is ontkennen makkelijker dan ervan leren. Denk nog even terug aan het voorbeeld van het jongetje dat zich erover verbaasde dat ook mannen premier kunnen worden. Dat vinden we humoristisch omdat het een ongebruikelijk beeld is. Als de jongen had gezegd: ‘Hé, kunnen vrouwen ook premier worden?’ Dan lachen we er waarschijnlijk niet om, maar leggen het aan hem uit. Waarschijnlijk roept het nog geen oordeel op.
    Wat echter als we de zin op deze manieren invullen: ‘Hé, kunnen zwarten ook premier worden?’ of ‘Hé, kunnen homo’s ook premier worden?’ Dat voelt ongemakkelijk. De jongen zegt eigenlijk niets anders dan in het allereerste voorbeeld, maar hij raakt nu aan beelden die als gênant of zelfs slecht kunnen worden ervaren. Dat komt niet doordat de jongen slecht is maar doordat de maatschappij (nog) onvoldoende in staat is om bepaalde ongewenste situaties op te lossen. Daar kan de jongen niets aan doen. Hij benoemt alleen maar hardop hoe hij de wereld waarneemt, hoe de wereld bij hem overkomt.
    Wie beelden wegstopt of ontkent beelden te hebben, heeft grote kans de nadelen van onbewuste beelden te ervaren. Maar wie erkent beelden te hebben, ook in de vorm van vooroordelen en verkeerde inschattingen, kan ervan leren en ermee oefenen, en zodoende zoveel mogelijk voordeel hebben van beeldvorming.

    Ook het nieuwe advies van de SER, Diversiteit werkt niet noemt verkeerde beeldvorming en stereotypering als een van de belemmerende factoren om mensen aan te nemen in arbeidsorganisaties en goed te beoordelen: “Onbewuste stereotiepe beeldvorming kan ertoe leiden dat de juiste persoon niet op de juiste plaats terechtkomt. Per saldo zijn zowel de werkgever als de kandidaat bij een sollicitatie gebaat bij het verminderen van het effect van stereotiepe beelden. Het is overigens onmogelijk en ook niet nodig om stereotypering geheel uit te bannen.” Specifiek voor vrouwen beveelt de SER aan: “Een betere doorstroming naar hogere functies kan verder worden gestimuleerd door de generieke aanpak gericht op beeldvorming en bewustwording van stereotiepe beelden”.
    Wij hopen van harte dat veel beslissers in de ziekenhuiswereld deze woorden tot zich nemen!